Analyseren

29-10-2014

Bij analyseren gaat het om het opdelen van materiaal in zijn samenstellende delen en om het bepalen van de relatie(s) tussen deze (onder)delen en de relatie(s) met een overkoepelende structuur. Het gaat om de cognitieve processen differentiëren, organiseren en toekennen. Vaak wordt ook het kritisch lezen van een tekst, om er elementen uit te halen die nodig zijn om een antwoord op een vraag te geven, analyseren genoemd. Hier is echter eerder sprake van leesvaardigheid, dan van analyseren.

Hieronder staan handelingswerkwoorden die gebruikt kunnen worden bij het formuleren van opdrachten die betrekking hebben op analyseren.

  • in delen splitsen
  • patronen beschrijven
  • bewijzen voor conclusies aangeven
  • classificeren
  • onderzoeken
  • vergelijken

Er is sprake van analyseren als leerlingen bijvoorbeeld moeten aangeven wat de belangrijkste gedachte of conclusie is na lezing van een tekst of kennis te hebben genomen van andere bronnen als grafieken, tabellen of diagrammen. Die gedachte of conclusie moet niet expliciet (eenduidig) in de tekst of informatiebron terug zijn te vinden. In dat geval is er immers geen sprake van analyseren, maar van identificeren of begrijpen.

Niet elke analyse-opdracht doet zonder meer een beroep op de hogere denkvaardigheden. Voorwaarde is dat de leerling de analyse zelf uitvoert. Als hij een analyse van een ander gebruikt, kan er hooguit sprake zijn van reproductie of van begrip. In dat geval toont de leerling geen 'eigen' analysevaardigheid. Verder hoeft niet elke opdracht waarin de leerling gevraagd wordt een vergelijking te maken tot ´analyseren´ te behoren.

Analyseren
Contactpersoon