Bestaande opdrachten bewerken

24-2-2015

Werkwijze

Veel opdrachten kunnen met grotere of kleinere aanpassingen worden omgebouwd tot hogere denkvaardigheidsopdrachten. Bij het bewerken van opdrachten kan de volgende werkwijze worden gevolgd:

  • Beoordeel de opdracht aan de hand van de checklist
  • Bepaal wat aan de opdracht bewerkt moet worden en verander dat
  • Controleer met de checklist of er nu hogere denkvaardigheden worden aangesproken
  • Test de opdracht in de praktijk en verbeter na evaluatie de opdracht als dat nodig is.

Als een gevonden opdracht geen hogere denkvaardigheden bevat, kan aan de opdracht vragen toegevoegd worden met handelingswerkwoorden die een appel doen op analyseren, evalueren en/of creëren. Ook karakteristieke denk- en werkwijzen kunnen u in een bepaalde richting helpen denken (kennisbasis Natuurwetenschappen en technologie). Voeg deze vragen toe aan de opdracht op papier of via een klassengesprek.

Voorbeelden

Ga toch liever (heel hard) fietsen (1)

Op de website van natuurkunde staat een nogal gesloten opdracht over de ligfiets en de snelheid die zo'n ligfiets kan bereiken in vergelijking met een racefiets. Zie daarvoor: http://www.natuurkunde.nl/artikelen/view.do?supportId=942611

In deze opdracht wordt de leerling stapsgewijs bij de hand te komen aan de hand van vragen. Als deze opdracht beoordeeld wordt met behulp van de checklist, blijkt dan ook dat de opdracht nauwelijks uitstijgt boven toepassingsniveau. Wanneer de vragen meer open zouden zijn gesteld, kan de opdracht naar een hoger denkniveau worden getild.

Ga toch liever (heel hard) fietsen (2)

Met een ligfiets kun je veel harder rijden dan met een gewone fiets.

  1. Noem maximaal drie redenen hiervoor. Welke denk je dat het belangrijkste is? Zoek eventueel op internet.
    Voor luchtweerstand kun je de volgende formule gebruiken: Fw = 0,5 ρ A CLv2
    met ρ de dichtheid van de lucht, A is het frontale oppervlak waar de lucht omheen moet stromen, CL is de luchtweerstandscoëfficiënt en v is de snelheid t.o.v. de lucht.
  2. Je bent benieuwd welk werelduurrecord gemakkelijker te verbeteren is, dat op een 'gewone racefiets' of dat op een ligfiets. Betrek bij je redeneringen en berekeningen de volgende grootheden:
    • Luchtweerstand
    • Rolweerstand
    • Het vermogen dat ontwikkeld moest worden bij de huidige wereldrecords
  3. Loop nog eens je redenering en berekeningen na. Vergelijk je antwoorden met een ander groepje. Vraag je af of de orde van grootte van het antwoord zou kunnen kloppen met de werkelijkheid. Welke punten zouden kunnen verbeterd worden om het werelduurrecord verder te verbeteren?

Aanpassen van practica

Regelmatig worden er practicumopdrachten aangeboden in natuurkundemethodes, waarin leerlingen via een soort 'kookboekmethode' het recept lezen en dan de proeven uitvoeren. Deze practica vinden leerlingen over het algemeen heel interessant, maar door bewust hogere denkvaardigheden in te zetten kan het leereffect van deze practica veel groter zijn.
Dit type practica kunnen vaak heel goed omgezet worden naar opdrachten waarin onderzoeksvaardigheden centraal staan. In een onderzoek doorlopen leerlingen (een deel van) de volgende fasen (Spek &Rodenboog-Hamelink, 2011):

  1. Probleemstelling formuleren: doelstelling, onderzoeksvraag, hypothese
  2. Voorbereiden van het onderzoek: onderzoeksmethode, planning, bronnen
  3. Opzetten en uitvoeren van het onderzoek en het verzamelen van gegevens
  4. Verwerken van de gegevens
  5. Formuleren van conclusies en onderzoeksresultaten vergelijken met de hypothese
  6. Maken van het onderzoeksverslag en de presentatie
  7. Evaluatie en reflectie: proces, product, leerproces leerling

De hier aangegeven fases van onderzoek kunt u vergelijken met de manier waarop het in de methode wordt aangeboden. Maak onderzoeksopdrachten meer open door bijvoorbeeld analyserende, evaluerende of creërende vragen toe te voegen. Het is van belang om de opdrachten apart aan te bieden als er andere vragen aan worden toegevoegd. In een standaardpracticum worden de antwoorden soms al vermeld. In opener opdrachten moeten leerlingen de antwoorden zelf zoeken Dus om te voorkomen dat de leerlingen de de antwoorden vooraf kunnen lezen de opdrachten apart aanbieden.

Uitgewerkte voorbeelden met een opbouw in complexiteit vindt u op http://nwvaardigheden.slo.nl/onderzoeken/

Via een tabel waarin de tussendoelen voor onderzoeksvaardigheden beschreven staan, kunt u onderzoeksopdrachten aanpassen. Bijvoorbeeld door leerlingen te vragen zelf een hypothese op te stellen of  te reflecteren op het uitgevoerde onderzoek.

Voorbeeldopdracht

(Ter vervanging van Explora leerjaar 1, 2.3 PRACTICUM 2, blz. 87)

Practicum 2

Je gaat in tweetallen een onderzoek opzetten en uitvoeren dat gaat over:
Geluidsisolatie
'De familie Derksen heeft erg veel last van het geluid dat de buren maken. Meneer en mevrouw Derksen besluiten om de muur met de buren te isoleren, zodat het geluid minder goed te horen is. Geld speelt geen rol. De muur moet bekleed worden met het isolatiemateriaal dat het beste geluid isoleert.'

  • Leid uit dit verhaaltje een onderzoeksvraag af.
    Noteer deze onderzoeksvraag op het werkblad.
  • Noteer ook een voorspelling op het werkblad.

Om je voorspelling te controleren, moet je een onderzoek doen.

  • Overleg met elkaar hoe dat onderzoek zou kunnen gaan.
    Maak hiervoor een werkplan op het werkblad.
    Schrijf op welke spullen je nodig hebt.
    Laat het werkblad controleren door je leraar.
  • Voer het onderzoek uit volgens je werkplan.
    Noteer je waarnemingen en je meetresultaten in een tabel op je werkblad.
  • Bestudeer de resultaten en schrijf het antwoord op je onderzoeksvraag op.