Handelingsdimensie

29-10-2014

De handelingsdimensie deelt denkvaardigheden in naar lagere en hogere denkvaardigheden.
Bij de lagere denkvaardigheden gaat het om het zich herinneren van feitelijke of conceptuele kennis, om het begrijpen van die kennis en ten slotte om het toepassen ervan in bekende situaties. Lagere denkvaardigheden doen met andere woorden een beroep op aangeleerd gedrag of reproductief denken (Lewis en Smith, 1993).


We spreken van hogere denkvaardigheden (analyseren, evalueren en creëren) als nieuwe informatie wordt samengebracht met informatie die al eerder is opgeslagen en als die met elkaar verbonden worden. Daarmee kunnen antwoorden en oplossingen gevonden worden voor opgaven die onbekende situaties betreffen (Lewis & Smith,1993). Het maatschappelijk leven vereist van mensen steeds meer dat ze kritisch, logisch, reflectief, metacognitief en creatief kunnen denken bij onbekende problemen en dilemma’s (King, Goodson, & Rohani, 1998).


Het is niet zo dat opdrachten over de lagere denkvaardigheden vooraf moeten gaan aan de hogere denkvaardigheden. Wél zijn de hogere denkvaardigheden geworteld in lagere denkvaardigheden, zoals het maken van onderscheid, iets eenvoudig toepassen of analyseren. Ook zijn ze meestal gekoppeld aan voorkennis van het onderwerp.

Bij leerlingen in alle sectoren van het voortgezet onderwijs kan een beroep worden gedaan op hogere denkvaardigheden. Voor sommige sectoren, zoals het vmbo, moet dan de opdracht niet te moeilijk zijn. Het is daarom zinvol om verschil te maken tussen het niveau van denken (hogere denkvaardigheden) en de moeilijkheidsgraad van de opdracht (Brookhart, 2010).