Nieuwe opdrachten maken biologie

20-2-2015

​Werkwijze

Bij het zelf maken van een opdracht waarin sprake is van een hogere denkvaardigheid, kunnen onderstaande vragen helpen:

  •  Welke doelen staan centraal?
  •  Welke hogere denkvaardigheid/denkvaardigheden staat/staan centraal?
  •  Wie bepaalt de inhoud en de werkwijze van de opdracht, de docent of de leerling?
  •  Hoe wordt de opdracht beoordeeld?
  •  Welke randvoorwaarden zijn nodig voor de opdracht?

Vervolgens gaat u op basis van de antwoorden op deze vragen de opdracht maken. Of de opdracht voldoet aan de gestelde hogere denkvaardigheid (analyseren, evalueren, creëren), controleert u aan de hand van de checklist. Het is aan te raden de opdracht vervolgens eerst te testen in een klassensituatie. U evalueert de opdracht, ook met uw leerlingen, en brengt eventueel nog verbeteringen aan. Het is verstandig om een collega bij dit proces te betrekken.

Gewoonlijk staat er bij veel thema's in een biologieboek verdiepings- of verrijkingsstof.. Dat zijn interessante aanzetten om te komen tot opdrachten waarin geappelleerd wordt aan hogere denkvaardigheden.
Leerlingen kunnen zelf ook leren vragen te stellen die op het niveau van hogere denkvaardigheden liggen. De denk- en werkwijzen uit de Kennisbasis Natuurwetenschappen en technologie en de bovenstaande vragen kunnen hen hierbij helpen.
Soms hebben opdrachten betreffende hogere denkvaardigheden een uniek karakter. Ze gaan dan over een heel specifiek aspect van een onderwerp en hebben een vorm die speciaal bedacht is voor deze opdracht. De twee voorbeelden die volgen illustreren dit.

Voorbeelden voor het maken van opdrachten

Generieke manier om opdrachten te maken

Een werkvorm die bij veel onderwerpen gebruikt kan worden is 'Welk Woord Weg?' (of varianten daarvan zoals 'Welke Afbeelding Weg?'). Hierbij beredeneren leerlingen bij één of meer reeksen van drie of vier begrippen, wetenschappelijke gebeurtenissen of experimenten welk(e) niet in het rijtje thuishoort. Zij geven niet alleen aan wat niet in het rijtje thuishoort, maar ook – en daar gaat het in deze opdracht met name om - waarom het er niet in thuishoort. Een belangrijk kenmerk van dit soort opdrachten is dat er soms verschillende antwoorden mogelijk zijn.
Om na te gaan wat leerlingen van een opdracht hebben opgestoken zou u hen een woordweb kunnen laten maken of een biologische Sudoku aanbieden. In een biologische Sudoku krijgen leerlingen twaalf begrippen voorgeschoteld. Negen daarvan moeten zij in de sudoku plaatsen, waarbij elk begrip een relatie moet hebben met nevenstaand, onderstaand en/of bovenstaand begrip.

Verbinden van relaties in leerstof

Een handvat voor het maken van hogere denkvaardigheidsopdrachten is het leggen van relaties of verbanden in biologische thema's. Dit kan door het zoeken in methodes naar een verbinding binnen een thema of een tweedeling in een hoofdstuk. Vaak zijn dit analyseopdrachten waarin werkwoorden als verbanden zoeken, vergelijken, aangeven van volgorde worden gebruikt.
In de les met het thema 'cellen' wordt achtereenvolgens uitleg gegeven over plantaardige en dierlijke cellen. Meestal gaan de leerlingen deze verschillen onder de microscoop bekijken en maken hiervan biologische tekeningen. Ook wordt de vaardigheid microscopie geoefend aan de hand van dit thema. Door het verbinden van deze twee onderdelen kunnen leerlingen ook zelf de verschillen analyseren tussen plantaardige en dierlijke cellen. Zonder de ondersteuning van het boek, waarin de uitleg al wordt gegeven wordt leerlingen gevraagd om zelf de verschillen tussen de cellen aan te wijzen en hiervoor een verklaring of een voorbeeld te zoeken. Leerlingen tekenen plantaardige en dierlijke cellen die ze onder de microscoop zien en benoemen verschillen tussen de cellen. Deze verschillen proberen ze te verklaren aan de hand van kenmerken van planten en dieren. In een onderwijsleergesprek kan de docent ondersteunende vragen stellen zodat de leerlingen zelf tot mogelijke verklaringen kunnen komen.

Ethische thema's bij het maken van nieuwe opdrachten

Sommige ontwikkelingen in de biologie raken aan ethische kwesties. Een uitgelezen kans voor het inzetten van hogere denkvaardigheden. Vaak gaat het over vraagstukken waar een evaluerend karakter in zit. Het is van belang om een dilemma te zoeken en een product dat leerlingen op kunnen leveren in de vorm van een debat / essay / rollenspel.
Voorbeelden van opdrachten met ethisch karakter vindt u in de NVON publicatie: Ruim en evenwichtig. (Olofson, Legierse & Boschhuizen, 2012).