Wiskunde

4-11-2014

Hieronder staan twee korte (wiskundige) vragen:

​Voorbeeld 1​Los de vergelijking op: 7x-3=13x+15
Voorbeeld 2​De vergelijking 7x-3=13x+15 heeft als oplossing x= -3. Hoe kun je de vergelijking aanpassen, zodat x=+3 de oplossing wordt?
​Voorbeeld 3​Marie woont 2 kilometer van school, Martijn 5. Hoeveel kilometer wonen Marie en Martijn van elkaar vandaan?

 

De eerste vraag is voor veel leerlingen en docenten herkenbaar. De vaardigheid een lineaire vergelijking op te lossen, wordt regelmatig geoefend en getoetst. Het gaat om het reproduceren van geleerde kennis en vaardigheden. Dat is niet het geval bij de tweede vraag. Er wordt een oplossing gegeven; de leerling moet zijn kennis over het oplossen van lineaire vergelijkingen op een heel andere manier gebruiken dan hij gewend is. Bovendien is er geen uniek antwoord. Vraag drie gaat nog een stap verder: er zijn meerdere antwoorden mogelijk en de oplossingsstrategie ligt ook niet vast. Vraag twee en drie doen een beroep op hogere denkvaardigheden en vragen daarmee om wiskundige denkactiviteiten.

Op deze website vindt u voorbeelden van opdrachten waarmee het wiskundig denken bij leerlingen wordt geactiveerd en gestimuleerd. De site laat zien waaraan u een “denkopdracht” kunt herkennen en hoe u zelf een bestaande opdracht kunt aanpassen, zodat die een beroep doet op hogere denkvaardigheden.

Er is hierbij gekozen voor opdrachten over grafieken en functies, zoals u die in uw dagelijkse lespraktijk tegenkomt. Van iedere opdracht zijn een of meer versies gemaakt die het wiskundig denken bevorderen en het inzicht in de samenhang tussen verschillende wiskundige concepten vergroten.