Zoeken, bewerken of maken van een hogere denkvaardigheidsopdracht aardrijkskunde

20-2-2015

​Opdrachten die betrekking hebben op hogere denkvaardigheden gaan over logisch en creatief denken. Op deze pagina's hebben we dat toegespitst op de denkprocessen analyseren, evalueren en creëren, de hogere denkvaardigheden, uit de taxonomie van Bloom.

Opdrachten kunnen op elk van deze denkprocessen betrekking hebben, maar ook op een combinatie, wat vaak het geval zal zijn. Bij een evaluatieopdracht moet er namelijk meestal ook geanalyseerd worden en bij een creëeropdracht zal er vaak ook sprake zijn van analyseren en/of evalueren. Overigens wordt er bij de meeste hogere denkvaardigheidsopdrachten ook een beroep gedaan op de lagere denkvaardigheden herinneren, begrijpen en toepassen.

Waar moet je op letten als je een opdracht zoekt die een beroep doet op hogere denkvaardigheden of als je een bestaande opdracht wilt bewerken of zelf een opdracht wilt maken? 
 

​​Analyseren

Analyseren is het systematisch nalopen/doorlopen van de gegevens (bronnen) met als doel nieuwe informatie vinden die nodig is om een antwoord op een vraagstelling te krijgen of een probleem op te lossen met jouw kennis en inzicht.
De verschillende bronnen bij aardrijkskunde (kaarten, foto's, tabellen en grafieken of teksten) zijn te analyseren volgens vaste stappen.
Deel de informatie op in kleinere stukjes. Classificeer elk van de kleine stukjes informatie op relevantie die bruikbaar is bij het oplossen van de opdracht.
Leg verbanden/relaties tussen relevante onderdelen, zo wordt een structuur of patroon zichtbaar. Trek conclusies uit de nieuw gevonden verbanden. Gebruik de conclusies om een antwoord te vinden op de vraag.

o​De opdracht bevat een voor de leerling niet opgeloste geografische vraag;
o​De leerling deelt de informatie op in kleinere delen;
o​De leerling selecteert relevante informatie die nodig is voor het beantwoorden van de vraag;
o​De leerling zoekt naar patronen, structuren en/of verbanden;
o​De leerling verwoordt de gevonden relaties en trekt conclusies.


 

​​Evalueren

Evalueren is het komen tot een beredeneerd oordeel of standpunt op basis van gegeven informatie en (zelf) opgestelde criteria. Het werken met criteria is kenmerkend voor evaluatie-opdrachten.
o​De opdracht bevat een geografisch vraagstuk of geografische situatie waarover een oordeel of standpunt gegeven moet worden;
o​De leerling analyseert het vraagstuk/de situatie;
o​De leerling gebruikt gegeven of zelfgekozen criteria en toetst deze aan het vraagstuk/de situatie;
o​De leerling komt met een beredeneerd oordeel of standpunt op basis van de gegeven of verzamelde informatie.


 

Creëren

Analyseren is het systematisch nalopen/doorlopen van de gegevens (bronnen) met als doel nieuwe informatie vinden die nodig is om een antwoord op een vraagstelling te krijgen of een probleem op te lossen met jouw kennis en inzicht.
De verschillende bronnen bij aardrijkskunde (kaarten, foto's, tabellen en grafieken of teksten) zijn te analyseren volgens vaste stappen.
Deel de informatie op in kleinere stukjes. Classificeer elk van de kleine stukjes informatie op relevantie die bruikbaar is bij het oplossen van de opdracht.
Leg verbanden/relaties tussen relevante onderdelen, zo wordt een structuur of patroon zichtbaar. Trek conclusies uit de nieuw gevonden verbanden. Gebruik de conclusies om een antwoord te vinden op de vraag.

oDe opdracht dient als basis voor een nieuw te maken geografisch idee, product of zienswijze;
oDe leerling werkt met ontwerpcriteria of kan vrij interpreteren;
oDe leerling plant de werkzaamheden;
oDe leerling toetst of het gecreëerde idee/product/zienswijze voldoet aan eventueel gestelde criteria.